10. HCC surveillance

1.    Alle patiŽnten met chronische hepatitis B en cirrose komen in aanmerking voor HCC surveillance

2.    HCC surveillance dient te worden verricht middels echografie van de lever, iedere 6 maanden1. Bij twijfel over de betrouwbaarheid van de echografische beeldvorming is surveillance middels MRI of CT geÔndiceerd   

3.    De volgende groepen patiŽnten met chronische hepatitis B zonder cirrose komen in aanmerking voor HCC surveillance: 1
    a.    Oost-Aziatische mannen > 40 jaar
    b.    Oost-Aziatische vrouwen > 50 jaar
    c.    PatiŽnten afkomstig uit sub-Sahara Afrika > 20 jaar
    d.    Positieve familieanamnese voor HCC

4.    PatiŽnten met cirrose of een verhoogd risico op HCC (op basis van de aanwezigheid van de criteria benoemd in punt 3) die behandeld worden met een NUC dienen toch te worden opgenomen in een surveillance programma voor HCC

5.    PatiŽnten met cirrose of een verhoogd risico op HCC (op basis van de aanwezigheid van de criteria benoemd in punt 3) die een duurzame respons hebben op PEG-IFN of NUCs (ook HBsAg verlies) dienen toch te worden opgenomen in een surveillance programma voor HCC

Toelichting
1.    In de EASL richtlijn wordt HCC surveillance niet benoemd. Aangezien dit een belangrijk onderdeel is van de behandeling van patiŽnten met hepatitis B heeft de werkgroep hiervoor wel aanbevelingen opgenomen. Deze zijn conform de IKNL Richtlijn Hepatocellullair Carcinoom 2013, v1.0. (http://www.oncoline.nl/hepatocellulair-carcinoom). Voor follow-up van patiŽnten die reeds een HCC hebben gehad verwijzen wij naar de Oncoline richtlijn.


Index