3. Het eerste consult

1.    Analyse van de ernst en activiteit van leverziekte:
        1.    Biochemie: AST, ALT, GGT, AF, bilirubine,  serum albumine, PT/INR en bloedbeeld
        2.    Echo abdomen
        3.    Bij twijfel over de ernst van de leverziekte of bij twijfel over de indicatie voor behandeling kan een leverbiopt of een niet-invasieve maat voor de ernst van leverziekte (lever stijfheidsmeting / Fibroscan) worden overwogen

2.    Vaststellen van de fase van infectie: in ieder geval HBsAg, anti-HBc, HBeAg, anti-HBe en HBV DNA1

3.    Het bestaan van lever gerelateerde co-morbiditeit zoals alcoholische hepatitis, auto-immuun hepatitis, hemochromatose, alfa1-antitrypsine deficiŽntie, ziekte van Wilson en niet-alcoholische steatohepatitis dient te worden overwogen en eventueel te worden uitgesloten

4.    Co-infecties met hepatitis D, hepatitis C en HIV dienen te worden uitgesloten

5.    Anti-HAV dient te worden bepaald; indien negatief dan dient patiŽnt te worden gevaccineerd

6.    Familieleden van hepatitis B patiŽnten dienen te worden gevaccineerd tegen hepatitis B

7.    Hepatitis B is een meldingsplichtige ziekte; nieuwe diagnoses dienen derhalve te worden gemeld bij de GGD

Toelichting
1.    In tegenstelling tot de EASL-richtlijn is de werkgroep van mening dat het bepalen van de HBsAg concentratie bij het eerste consult geen meerwaarde heeft. Indien een behandeling met PEG-IFN wordt overwogen dan is hier in het kader van het gebruik van stopregels wel een indicatie voor. Ditzelfde geldt voor HBV genotypering. (behandeling PEG-IFN)

Index