15. Immuunsuppressie & chemotherapie

1.    Alle patiŽnten die chemotherapie of immuunsuppressie ondergaan dienen te worden gescreend op hepatitis B infectie middels anti-HBc en HBsAg

2.    HBsAg positieve patiŽnten dienen in principe profylactisch te worden behandeld met ETV, TDF of TAF1
    a.    Duur: tot 12 maanden na het staken van immuunsuppressie of chemotherapie (of 18 maanden bij rituximab)
    b.    Monitoring: HBV DNA iedere 3-6 maanden tijdens profylactische behandeling en tot 12 maanden daarna

3.    HBsAg-negatieve, anti-HBc positieve patiŽnten met een hoog risico op reactivatie (>10%) dienen profylactisch te worden behandeld met ETV, TDF of TAF

4.    HBsAg-negatieve, anti-HBc positieve patiŽnten met een laag (<1%) tot matig (1-10%) risico op reactivatie dienen te worden gemonitord middels ALT (maandelijks) en HBsAg/HBV DNA (iedere 1-3 maanden) 2

5.    Bij HBsAg-negatieve, anti-HBc positieve patiŽnten met verwachte non-compliance ten aanzien van monitoring, verwachte langdurige immuunsuppressie of bij behandeling met nieuwe biologicals met onbekende risico’s op HBV reactivatie is het starten van profylactische behandeling te overwegen

Toelichting
1.    De nieuwe EASL richtlijn suggereert bij alle HBsAg positieve patiŽnten profylactische antivirale therapie te starten indien zij immuunsuppressie ondergaan. Dit wijkt af van de AGA richtlijn welke suggereert dat bepaalde behandelingen een dermate laag risico hebben op HBV reactivatie dat profylactische behandeling niet zinvol is. Dit betreft dan met name behandeling met traditionele immunosuppressiva (azathioprine, 6-mercaptopurine en methotrexaat), intra-articulaire steroÔden, orale steroÔden voor een duur van <1 week (ongeacht de dosis) en langdurige behandeling met laaggedoseerde steroÔden (<10mg prednison of equivalent). Aangezien HBV reactivatie wel beschreven is bij HBsAg positieve patiŽnten die werden behandeld met steroÔden (systemisch) of traditionele immunosuppressiva is de werkgroep van mening dat profylactische behandeling ook bij deze groepen dient te worden overwogen.

2.    Een overzicht van medicatie welke is geassocieerd met een laag of matig risico op reactivatie kan worden teruggevonden in de AGA richtlijn (http://www.gastrojournal.org/article/S0016-5085(14)01476-0/pdf).


Index