4. Wie te behandelen?

1.    Alle patiŽnten met cirrose en een detecteerbaar HBV DNA

2.    Alle patiŽnten met chronische hepatitis B, gedefinieerd als HBV DNA > 2,000 IU/mL met ALT > ULN en tenminste matige necroinflammatie dan wel significante fibrose (≥F2 op basis van biopt of Fibroscan)

3.    Alle patiŽnten met HBV DNA > 20,000 IU/mL ťn ALT > 2x ULN ongeacht de ernst van fibrose

4.    Bij patiŽnten met een chronische HBeAg-positieve hepatitis B infectie met een hoge HBV DNA concentratie (> 107 IU/mL) en bij herhaling normaal ALT kan behandeling worden overwogen na het 30e levensjaar ongeacht de ernst van leverfibrose of inflammatie

5.    Bij patiŽnten met een chronische hepatitis B infectie met een positieve familieanamnese voor HCC of cirrose, of met extra-hepatische verschijnselen (zie tabel), kan behandeling worden gestart ook als zij niet voldoen aan de hierboven genoemde behandelindicaties

Tabel: extra hepatische manifestaties van hepatitis B
Vasculitis
Huid manifestaties (purpura)
Glomerulonephritis
Cryoglobulinemie

flowchart

Index